Drie dwaze dagen

Op Facebook stond gisteren het berichtje van de Bijenkorf dat je je slag moet slaan, de Drie Dwaze Dagen zijn bijna voorbij. Hier zijn inmiddels ook drie dwaze dagen aangebroken en ik hoop van harte dat het bij drie blijft. Nog steeds regent het, het is de afgelopen dagen ook nauwelijks droog geweest. Ik vervloek mijn telefoon, want diens weersvoorspelling beloofde me dat het vandaag beter zou worden, maar helaas… Af en toe is het een miezerregen of is het een kwartiertje eventjes droog, maar voordat de hoop gloort ‘nu wordt het beter, dit was het’ breekt de hel weer los. De hoop dat mensen de oversteek niet meer zullen maken vergloort, want ook dat blijft gewoon doorgaan. Iedereen in Turkije weet dat het weer slecht is en de zee onveilig. Maar dit is het begin van wat nog komen gaat en dat wordt waarschijnlijk alleen maar erger. Nu is het alleen nog nat, door en door nat. Straks komt de kou erbij en ik wil het nu nog even niet weten hoe dat wordt. Daarbij weten alle mensen ook dat Europa grenzen steeds meer gaat sluiten en de rest van de tocht per dag moeilijker wordt. Maar mensen willen dus nu weg, NU meteen en Griekenland heeft weer een record met hoogste aantal vluchtelingen per maand.

Boos maakt het me, want in het kamp waar we werken is nauwelijks beschutting te vinden. W begrijpen het niet, onze Griekse collega’s begrijpen het ook niet, Griekenland zit zelf diep in de schulden en heeft al een fikse schuld omdat ze eerder voedsel uitdeelde aan de vluchtelingen wordt verteld. Dat gebeurt dus al niet meer, een aantal hulporganisaties heeft dit gelukkig overgenomen. Maar goed, tenten zijn er amper, mensen moeten buiten blijven en blijven wachten in hun rij voor registratie. Waarom, waarom gebeurt dit op deze manier? Waarom, waarom doet niemand van hoger hand daar iets aan en laten we dit gebeuren?

Ondertussen kunnen de mensen die binnengelaten worden voor registratie bij ons komen voor kleding. We hebben een kledingdepot en delen uit wat we hebben. Dekens, droge kleren, droge sokken, droge schoenen. Verkleumde kindjes staan voor me, soms rillend en bibberend van de kou, want alles is nat doorweekt. We trekken hen droge kleren aan, maar we weten dat het weinig uit zal halen. Het is symptoombestrijding; over een uur zullen ze weer nat zijn en de kou zit zo in hun lichamen, die krijg je niet één twee drie weg. Handen en voeten zien eruit alsof ze tien uur in een bad hebben gelegen, wit van kleur en met diepe, diepe groeven alsof het hersenen zijn. Van de dokters horen we dat mensen zich hier zorgen over maken, ze kennen het niet en geruststelling dat het allemaal wel weer wegtrekt wanneer de regen stopt en het lichaam opwarmt is nodig.

De mensen dringen zich samen voor ons kantoortje en willen allemaal het liefst meteen naar binnen. Een voor een mogen ze naar binnen, alleen de kinderen kunnen we daadwerkelijk omkleden, moeders krijgen kleding en schoenen mee en moeten zich in het toilet omkleden. Anders duurt het te lang. De natte kleding wordt soms meegenomen, soms blijft het achter, het is alleen maar extra ballast waar je nu toch niets mee kan, droog wordt het voorlopig niet. Na een paar uur kinderen aankleden hoen we dat we moeten stoppen, buiten wordt het te veel gedrang en de veiligheid is in gevaar. Mensen doen van alles om binnen gelaten te worden. Mensen klimmen over het dak om naar binnen te komen en kinderen worden soms over de hekken getild, zodat ze van ouders gescheiden zijn en de ouders daarna naar binnen worden gelaten. Wanhoopsdaden die door de politie net zo hard weer afgestraft worden door de mensen weer naar buiten te sturen, anders klimt straks iedereen over daken…

De situatie was bizar, is bizar en zal voorlopig nog wel bizar blijven en misschien helaas nog wel veel bizarderder worden (wat vast geen woord is, maar wat de lading het meest dekt… ). Heeft de Bijenkorf geen kampeerafdeling met tenten? Of anders regenponcho’s? Misschien gingen die wel heel goedkoop weg en had ik toch het foldertje online even moeten doorspitten…

Geplaatst in Geen categorie | 5 Reacties

De herfst komt

Inmiddels is eind oktober al in zicht en ligt het einde van de zomer in ieder geval in Nederland allang achter jullie. In Griekenland laat het einde van van de zomer wat langer op zich wachten, maar ook nu is het in zicht. Daar waar het weer tot en met gisteren nog een zonnetje liet zien, was het zonnetje vandaag minimaal aanwezig, waarna de wolken zich samenpakten en de Griekse god Zeus even flink van zich liet horen.

Afgelopen dagen is de stroom vluchtelingen blijven aanhouden, omdat het weer nog goed was en daardoor de zee kalm genoeg voor een oversteek bleef. 6000 nieuwe vluchtelingen op een dag zijn getallen die ons hier om de oren vliegen. Die 6.000 zitten echter niet allen in ons kamp, in het kamp zullen er max 2.000 / 3.000 verblijven. De andere vluchtelingen zijn nog onderweg (er zijn niet genoeg speciale bussen, omdat de vluchtelingen pas in een gewone bus mogen als ze geregistreerd zijn) of zitten in het andere kamp op het eiland. De vluchtelingen bij ons kamp zitten in de rij voor de gate voor registratie. Mondjesmaat worden ze door de politie binnengelaten waarna ze zich kunnen registreren. De rij is oneindig lang vol met mensen, gezinnen, kinderen, mannen en vrouwen die zitten te wachten, wachten en nog langer wachten… Tenten staan hier niet, kleden, dekens of gaas is hetgeen waarop mensen zitten en wachten. De situatie ziet er heel naargeestig uit en is uitzichtloos…

Inmiddels barst de regen los en ik sta in onze kledingkast waar tweedehands kleding ligt om uit te reiken. Een aantal jongeren (die dan voor hun gevoel weliswaar gevangen zitten, maar wel droog zijn) had schoenen nodig en ik heb alle gevraagde dingen bij elkaar gevonden. Ik kijk naar buiten en zie modderplassen en kleine stroompjes ontstaan. Binnen schuilend en wachtend tot de regen wat minder wordt denk ik aan de mensen in de rij die nergens naartoe kunnen, want dan zijn ze hun plekje kwijt. Niets anders kunnen ze dan blijven zitten in de hoop dat ze iets van plastic bij zich hebben wat hen kan beschermen tegen de kracht van boven. Ik pak de tas met schoenen en loop de 100 meter door de regen naar de jongens en vraag me af waarom ik me over mijn 100 meter drukmaakte…

Geplaatst in Geen categorie | 2 Reacties

Moria

Moria, als ik de naam hoor, denk ik eigenlijk meteen aan Lord of the Rings, het land van de dwergen, diep in de bergen, ver van al het zonlicht en met wezens waarvan niemand het bestaan weet. Een duistere plek, waar je liever niet wil zijn… Ergens een schril contrast met het over het algemeen zonnige Griekenland, het vakantie-eiland Lesbos, de toeristen, olijvenbomen, het heuvelachtige landschap, de helderblauwe zee en de vissersboten.

Aan de andere kant is het op sommige momenten een passende naam voor het opvangkamp voor de vluchtelingen, want dat is het hier op Lesbos. In Moria worden de Afghaanse, Pakistaanse en Iraakse vluchtelingen opgevangen. De Syrische vluchtelingen worden over het algemeen in een ander kamp opgevangen. De eerste dag dat we naar het kamp gaan, is het een drukte van belang met de nodige chaos. Er komt bezoek van de Griekse premier en bepaalde voorzorgsmaatregelen zijn nodig. Als we aankomen, blijkt dat het medische gedeelte zich in een afgesloten deel van het kamp bevindt, achter een groot hek, bewaakt door de politie. Een grote groep vluchtelingen staat voor het hek, wachtend op toegang tot de registratie. We banen ons een weg door de menigte en er wordt langzaamaan een pad voor ons gecreëerd omdat we doktoren zijn en daarmee toegang nodig hebben. Eenmaal binnen worden twee van onze medische collega’s daar aan het werk gezet, wanneer er na de registratie medische zorg nodig blijkt, worden ze doorverwezen naar hen.

Met z’n drieën vervolgen we onze weg in het kamp. Het kamp is qua oppervlakte niet zo groot, maar qua opbouw is het schrijnend genoeg. Overal staan koepeltentjes, kris kras overal, structuur is weinig te vinden. Mensen lopen rond, liggen in de tentjes of daarbuiten op dekens, naast hun tenten. Ze slapen, zitten, liggen, wachtend op dat wat komen gaat. Kinderen lopen, rennen, spelen er omheen. Tussen de tenten hangt wat was te drogen. Afval ligt veelal op de grond. De situatie is bizar en ook al is het kamp vele malen kleiner dat het kamp in Jordanië, de ongestructureerdheid en tijdelijkheid ervan maakt wel indruk. In het kamp zelf staan een aantal containers van hulporganisaties, ook MdM Greece heeft er één, waar mensen uit het kamp zelf aan kunnen kloppen voor medische hulp. Eén van onze collega’s blijft hier om te helpen en mensen te consulteren.

Met mijn andere collega lopen we verder. We gaan een ander afgesloten deel van het kamp binnen, hier verblijven de minderjarige kinderen. Ze worden hier opgevangen en blijven zes à zeven dagen voordat ze verder reizen naar Athene. Ze verblijven in kleine barakken op een afgesloten terreintje omheind met prikkeldraad. De jongeren zelf zien het als een gevangenis, maar hen wordt uitgelegd dat het voor hun eigen veiligheid is, waarna zij het begrijpen en het okee is. De komende tijd wordt dit een van mijn werkplekken. De jongeren worden ondersteund door een eigen medisch team en een psycholoog en social worker. Zij zorgen voor een intake waarbij ook gekeken wordt naar hun mentale toestand. Daarnaast verzorgt de psycholoog af en toe groepssessies om bepaalde punten aan te kaarten en verder te bespreken. Haar ga ik de komende tijd proberen te ondersteunen samen met de social worker vanuit Nederland. Op dit moment is het nog een beetje zoeken hoe we alles het beste op kunnen zetten, ook omdat we een tekort aan vertalers hebben, maar dat gaat de komende tijd vast duidelijker worden. Een volgende keer volgt meer!

Liefs, Elin

PS. Ik heb op dit moment nog geen foto’s van het kamp gemaakt, aangezien dat altijd een beetje gevoelig ligt.

Geplaatst in Geen categorie | 4 Reacties

De eerste ochtend

Lieve allemaal,

Inmiddels zijn mijn collega’s en ik aangekomen op Lesbos. Gisteravond naar ons appartement gebracht en vanochtend zouden we opgehaald worden om naar een van de kampen te gaan. Rond een uurtje of half negen zitten we aan het ontbijt. De buitendeur staat open en ons huis kijkt uit over de zee, aan de overkant ligt Turkije.

In de verte zien we een stipje, het lijkt een bootje. We vragen ons af af het een ‘echt’ bootje is, zoals van de tv. We denken van niet, het is te ver weg. Maar een camera met beetje lens kan het dichterbij halen en ja hoor, met enige shock zien we dat het inderdaad zo’n bootje is. De oranje reddingsvesten bevestigen wat we al een beetje vermoedden. Het bootje komt steeds dichterbij, de mensen worden steeds duidelijker zichtbaar. Het is een vreemde gewaarwording, alle beelden en foto’s op tv spelen ineens voor je neus af. We weten niet goed wat we moeten doen, nieuwsgierigheid speelt op, maar vooral de behoefte om te weten wat er gebeurt, of er hulp nodig is. Dus we gaan er toch op af en polshoogte nemen, het bootje komt immers een meter of 50 van ons huis vandaan aan land.

We horen de uitgelatenheid en opluchting van de mensen, Arabisch gejoel klinkt, er zijn meerdere mensen en omstanders bij. We helpen mensen uitstappen, kinderen, vrouwen, mannen, een stuk of 30 zullen er wel geweest zijn. Bizar, bizar, bizar… We vragen wat rond hoe het gaat, ik houd een mevrouw vast die dat even nodig heeft, een collega checkt iemand die even geen gevoel heeft in haar benen van het lange zitten, maar alles lijkt okee en rustig.

Ondertussen komt het busje van MdM Greece ons ophalen en we moeten onze spullen pakken om naar het kamp te gaan. We laten de mensen achter, pakken onze spullen, om onze werkdag nog te moeten beginnen. Wanneer we ‘s middags terugkomen, is het strandje verlaten. Alleen de reddingsvesten, zwembanden en hier en daar een kledingstuk verraden wat er zich hier heeft afgespeeld…

Geplaatst in Geen categorie | 6 Reacties