Zakken vol met kusjes

Lieve allemaal,

Afscheid nemen hoort erbij, het was een ding dat zeker was voordat ik vertrok, maar gedurende de tijd dat ik daar was, werd het door mij zo lang mogelijk uitgesteld. Niet aan denken, niet over hebben en vooral doorgaan en genieten. Maar goed, ergens komt dan toch het moment dat er iets voor het laatst is. Zo ook in Zaatari, alle shows hebben uiteraard een laatste, final show. Doordat het Ramadan is, hebben de kinderen aangegeven dat ze niet te veel shows willen doen, de meesten van hen vasten mee en hebben dus weinig energie. Afgesproken werd dat we er dan ook maar een paar zouden doen en dat we de kinderen niet zouden uitputten en dus terug naar huis zouden brengen om energie te besparen. Dus twee weken voor mijn vertrek was daar de eerste laatste show en de week erna de andere twee laatste shows.

Na de shows hebben we de kinderen verteld dat het mijn laatste show is, omdat ik terugga. De jongens reageerden wat koeler, het is niet stoer om te knuffelen, maar het was duidelijk, liever wilden ze nog meer shows doen. Meiden zijn een en al knuffelig en honderden knuffels en kussen heb ik gekregen. Kushandjes vol werden symbolisch in mijn zakken gestopt om mee te nemen naar Nederland. Na het laatste afscheid in de auto wordt mijn lievelingsliedje hard gedraaid om me af te leiden, maar terug op kantoor voelt het vreemd en leeg. Tot mijn teamleidster me vertelt dat vandaag nog niet mijn laatste Zaatari dag zou zijn. De kinderen vroegen immers met enige regelmaat of ik op bezoek wilde komen bij hen thuis, maar meestal was daar geen tijd voor. Maar goed, nu zijn de scholen dicht, is het Ramadan, zijn er geen shows meer en is er dus vooral heel veel tijd!

Mijn laatste week stond dus ook alleen maar in het teken van tent- en caravanbezoeken. Vreemd, maar ook heel fijn tegelijk. Vreemd omdat de situatie te bizar is voor woorden, fijn, omdat ik nu eindelijk kon plaatsen hoe deze kinderen leven, hoe het er echt uitziet. De tenten zijn bizar, twee tenten zijn voor een gezin aan elkaar gekoppeld, maar in het gedeelte waar we zitten, liggen alleen een aantal matrassen en kussens die als bank dienen. Daarnaast staat er een tv en een ventilator, maar de stroom is op dit moment uitgevallen. Het meisje zit naast mij op de matras, moeder aan de andere kant. Vader zit tegenover mij samen met mijn collega die mee is om te vertalen. Ze praten en ik probeer de situatie tot me door te laten dringen, af en toe kan ik wat meepraten. We hebben het even over de voorstellingen en we laten de tv-opnames zien die zijn gemaakt. Vader van het meisje was af en toe ertegen dat zijn dochter meespeelde en had wat overtuiging nodig voor zijn dochter daadwerkelijk mee mocht doen, dus misschien kon het filmpje helpen om voor hem duidelijk er maken waar zijn dochter aan bijgedragen had. Vader bekijkt het en bedankt ons voor het laten zien. Wat het daadwerkelijk met hem doet, kan ik moeilijk van zijn gezicht aflezen, hopelijk is het goed. We gaan verder, op naar de volgende kinderen. De kinderen zijn verbaasd als ik voor de deur sta, maar overal worden we hartelijk ontvangen. Gelukkig woont er naast het eerste meisje nog maar één ander meisje in een tent, de rest van de kinderen die we bezoeken woont in caravans. Vaak hebben ze een stuk of drie caravans die provesorisch in een kringetje zijn neergezet met de ingangen naar elkaar toe en een overkapping waardoor het een beetje op een huisje begint te lijken, een binnenplaatsje met drie kamers als het ware. De gastvrijheid en de openheid waarmee we binnen worden gehaald is groot. Ik vergelijk het met de Nederlandse situatie en besef me wederom dat ik hiervan kan leren. Het is goed, het afscheid van de kinderen is goed, ze weten dat ik terugmoet en begrijpen het. Andersom is het raar, ik kan naar mijn land waar het veilig is, waar mijn huis is, waar mijn spullen staan en zullen blijven staan, maar zij blijven daar, in het kamp, wachtend op een dag dat het beter is, of wachtend op een oplossing die beter is dan dit.

Het verschil is groot en voelt oneerlijk… Voor nu hebben we gedaan wat we konden, ook al kunnen we het probleem niet oplossen, daar is meer voor nodig dan een toneelstuk. Maar misschien kunnen we er voor zorgen dat we zoveel mogelijk kinderen naar school kunnen laten gaan, op kunnen leiden. Ruim 2000 kinderen hebben we kunnen bereiken met de shows, een flink aantal. De meeste van deze kinderen gingen al naar school, maar niet allemaal. Hopelijk veranderen een aantal van gedachten, pakken ze de draad weer op, behalen een diploma en kunnen ze ooit, ooit op een dag terugkeren naar HUN Syrië, hun thuis en bouwen ze het op met alle kennis die ze hier hebben opgedaan.

Enshallah, zoals ze het in Jordanië zouden zeggen, dat die dag maar gauw mag komen.

Liefs

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.